Kabinet grijpt in: strengere regels en meer macht voor burgemeesters bij ontspoorde demonstraties
Het demonstratierecht staat in Nederland te boek als een fundamenteel grondrecht en een pijler van de democratie. Hoewel het overgrote deel van de betogingen zonder incidenten verloopt, is het aantal demonstraties de afgelopen tien jaar meer dan verdrievoudigd. Die enorme groei zorgt in absolute aantallen ook voor meer incidenten. Nadat protesten de afgelopen weken herhaaldelijk volledig ontspoorden, kondigt het kabinet nu maatregelen aan. Met gerichte wetswijzigingen moeten lokale overheden meer handvatten krijgen om in te grijpen wanneer een situatie uit de hand dreigt te lopen.
De ministers Heerma van Binnenlandse Zaken en Van Weel van Justitie en Veiligheid hebben de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over deze plannen. Het kabinet baseert de voorgenomen stappen op de aanbevelingen uit een recent onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC). Het doel van de nieuwe maatregelen is tweeledig: het demonstratierecht beschermen voor de toekomst, en tegelijkertijd het bestuurlijke en strafrechtelijke instrumentarium moderniseren zodat er effectiever opgetreden kan worden tegen excessen.
Lees meer over: demonstratie
Meer bevoegdheden voor lokale bestuurders
Een belangrijk onderdeel van de plannen richt zich op de zogeheten lokale driehoek van burgemeester, politie en Openbaar Ministerie. Het kabinet wil een wettelijke basis creëren in de Gemeentewet waarmee burgemeesters de expliciete bevoegdheid krijgen om demonstranten en andere groepen gedwongen te verplaatsen.
Daarnaast wordt onderzocht of er een specifieke noodbevoegdheid kan worden opgenomen in de Wet openbare manifestaties (Wom). Hiermee zouden burgemeesters bij ernstige verstoringen van de openbare orde sneller en daadkrachtiger kunnen ingrijpen dan met de huidige wetgeving mogelijk is. Bij de verdere uitwerking van deze plannen belooft het kabinet kritisch te kijken naar de uitvoerbaarheid en de concrete toegevoegde waarde in de praktijk. De maatregelen zijn volgens de bewindslieden nadrukkelijk niet bedoeld om het demonstratierecht in te perken, maar juist om de veiligheid rondom legitieme protesten te waarborgen en grensoverschrijdend gedrag tegen te gaan.
Hardere aanpak via het strafrecht
Naast de bestuurlijke maatregelen wordt ook het strafrecht aangescherpt om relschoppers en activisten die de wet overtreden harder aan te pakken. Het kabinet richt de pijlen specifiek op demonstranten die vitale infrastructuur misbruiken, zoals het blokkeren van snelwegen en spoorlijnen. De overheid wil dat zulke acties sneller, vaker en zwaarder worden bestraft, waarbij de veroorzaakte schade bovendien verhaald moet worden op de daders.
Om dit mogelijk te maken, wordt de strafbepaling in de Wet openbare manifestaties herzien. Deze aanpassing geeft de strafrechter een duidelijk handvat om strafbare feiten die tijdens een demonstratie worden gepleegd, zwaarder mee te wegen in de strafmaat. Uit het WODC-onderzoek is gebleken dat internationale mensenrechtenverdragen hiervoor momenteel meer juridische ruimte bieden dan in de huidige Nederlandse rechtspraktijk wordt benut.
